
dichters moeten ….
Dichters moeten op de muren schrijven, op de ongelijke bakstenen of het grijs van beton, op de straatplavuizen of op de monumenten voor de verouderde helden, aan de bomen hun gedichten hangen als bladeren nog voor de lente komt en de stroom bezielen als ze droomt, er hun woorden in laten verder drijven op het brakke getij. In de ogen van voorbijgangers strofes dicteren om hun brein te kleuren met wonderwensen. Een stad heeft dichters nodig die niet zwijgen, die zinnen rijgen, woord aan woord knopen voor de brutale vogels ze stelen, meeuwen die stout over de hoofden scheren en zonder vragen nemen.
Dichters schrijven over de hoeken en scherpe kanten, over straten die te smal zijn om elkaar te kruisen, over het stof en de dampen van auto’s, over onbegrijpbare woorden, over de kleuren van de ogen, over de huid van de bewoners, over de talen op de pleinen en de daklozen die er slapen. Dichters schrijven het weerwoord aan de moneymakers die de stad verkankeren, vermomd als fancy weldoeners. Dichters bieden op een dienblad poëzie aan de stad, aan haar leven tijdens de doordeweekse dag, aan de dwalers die weerkeren zoals de schepen die beladen de oceaan bevaren maar aan de havenkade in rust verzinken.
Een stad heeft dichters nodig om niet te verzanden.






