category:
poems

date:
September 13, 2017

Deur

A.

Met een scharnier die steunt

een klink, de vraag

in licht dat open gaat.

 

 

B.

En met een oor aan hout

dat de adem van het bos

bewaart, het leven

van draaien met de zon

de wind die dikwijls toch

over west het oosten bond

een boog van spanning

dat hout jaren doorstond

 

C.

Thuiskomen is waar

je eerst vertrok, wat

buiten wacht laten

overgaan in beminnende

liefde van de lange gang

de warme kamer, leesbaar

behoren bij de boeken in

de kast en de foto waarvan

je dacht die had

ik toch vergeten bij

een halte aan de bus.

 

Wat bracht ze terug.

 

D.

Als de deur goed sluit

is hij tevreden, gaat de timmeman

fluitend naar huis

telt geld gekregen voor het werk

koopt misschen een boeket

voor zijn vriendin

Als de deur goed sluit.

 

E.

Verdriet laat je achter

als je sluit, liefde

leg je intiem in de

kamer achter de grendel

Verbergen doe je

heimelijk met een

spie van licht in

het donker, veilig.

 

F.

Zet de deur open

en zie de vreemde ogen vragen

duurt een lied al snel

wat langer dan het voorbijgaan

Wandelen de wijze en de

nar naar binnen, kleuren

hun wangen en ogen en

debiteren boeken van

jaren waar geen eind aan kwam

zonder varken

zonder snuit.